Han Neijenhuis - Porseleinkast
Online Column over voorbeeld Cozy Powell; een drumliefde met romantische impact
Muzieknieuws 25-02-2021 16:01
Drummer en vaste Slagwerkkrant-auteur Han Neijenhuis haalt herinneringen op aan de tijd dat hij in navolging van zijn grote drumvoorbeeld Cozy Powell ook solo-optredens verzorgde. Dat was een kwestie van dubbele bassdrums, een licht klassieke begeleidingtrack (Beethoven, Tchaikovsky en James Last), wapperende hardrockmanen, en verder 'gewoon een kwestie van de muziek goed kennen en op het juiste moment de juiste klappen geven.' Het zou allemaal niet zonder gevolgen blijven. Check ook de historische videoregistratie.

door Han Neijenhuis

In mijn jonge jaren was Cozy Powell mijn grote held. Dat begon toen ik hem in 1973 zag in Toppop met Dance With The Devil. Op zijn grote Ludwig-kit met twee bassdrums. Een drummer met een hitsingle, het bestond toen gewoon. Dat het melodietje, waar Powell heel hard overheen drumde, afkomstig was van Jimi Hendrix' Third Stone From The Sun? Ik had er lange tijd geen idee van. Ook helemaal niet belangrijk toen, ik vond Cozy Powell gewoon enorm cool. Bijna nog meer dan Mick Tucker, mijn andere held.

Mijn adoratie groeide alleen maar toen Powell even jaar later telkens opdook in allerlei bands die ik net heel goed vond. Allereerst natuurlijk in Rainbow, de legendarische line-up met Blackmore en Dio. Daarna kwamen Michael Schenker Group, Whitesnake, Black Sabbath, Brian May en nog zo wat bands. Dat hij zelfs ook ooit in de band van Jeff Beck zat, ontdekte ik pas later.

Wat ik ook bere-interessant vond aan Cozy Powell was zijn drumsolo tijdens de live-gigs. Een stortvloed aan klassieke en filmmuziek, waar hij dan op mee baterde, met veel cymbals en dubbele bassdrums. 633 Squadron/1812 Overture heette het volledige stuk, gebaseerd op het filmthema van Ron Goodwin en de klassieke bombast van Tchaikovsky.

'Als een olifant in een porseleinkast, zo dendert Powell er overheen', schreef ooit een recensent. Ik ben het nooit vergeten. Was er toen, als groot fan, best verontwaardigd over. Over zoveel minachting. Maar inmiddels zie ik dat wat anders. Het klopt eigenlijk ook wel.

Een keer of vier zag ik mijn grote held live spelen, in al die bands die ik gaaf vond. En telkens kwam daar weer die solospot, een kleine tien minuten soms wel, vol met die enorme herrie. Het sprak me aan. Anders, spectaculair, veel boeiender dan de gemiddelde drumsolo. Dat laatste vonden veel mensen best raar, dat je als drummer niet per se van drumsolo's houdt. Doe mij maar een vette groove, da's interessanter dan ellenlang technisch gefreak.
Het zal ook wel jaloezie zijn.

Ik liet me inspireren door Cozy Powell. Wilde ook zoiets, maar dan wel met m'n eigen muziek. Althans, zelf uitgezochte muziek, niet Powell coveren, zeg maar. En dus toog ik op een goede dag naar de plaatselijke bieb, leende daar een stapel klassieke LP's, Beethoven, Mozart, Tchaikovsky (dat wel), en ging thuis aan het luisteren. Soms best een opgave, soms ook mooi. Want er zaten gave stukken tussen, met name het bij vlagen haast majestueuze van Tchaikovksy. Geen wonder dat Cozy Powell ook bij hem was terechtgekomen. Ik koos ervoor om te openen met Beethoven en te eindigen met een groots Tchaikovsky-stuk, ik ben de titels helaas vergeten. Daartussenin plakte ik een stukje March Of The Toreadors van James Last, uit de bescheiden platencollectie van mijn vader. Dat dan allemaal netjes achter elkaar opgenomen op een TDK-cassettebandje. Chroom.

Piepjonge Han Neijenhuis in zwart-wit 

In april 1986, tijdens de presentatie van de LP Too Late To Hide van mijn toenmalige band Blackbury Accident in De Bliksem in Brummen, speelde ik het stuk voor het eerst. Geluidsman Peter startte de cassetteband, zijn broer Marcel zorgde vanachter de monitortafel dat de muziek loeihard uit de speakers naast me klonk, en daar ging ik.
Als een Powell door de porseleinkast.

Het werkte goed, veel mensen vonden het gaaf, hoorde ik na afloop. Knap ook, zeiden sommigen, om zo mee te spelen met die klassieke muziek. Dat laatste vond ik lastig, want eerlijk gezegd vond ik het zelf helemaal niet zo knap. Het was gewoon een kwestie van de muziek goed kennen en op het juiste moment de juiste klappen geven. Hoewel, dat laatste was dan nog best wel een dingetje, want klassieke muziek is niet altijd eenvoudig te timen, zeker als je geen dirigent voor je neus hebt. Ik zat er dus wel eens naast, maar vaak was het ook raak.

De klassieke drumsolo bleef. Eerst bij Blackbury, later ook bij de bands Vangouw en soms Poundcake. Zo gebeurde het dat we met Vangouw in Exel, bij Lochem, speelden. Ik deed als altijd mijn solo en werd na die tijd gevraagd of ik wilde optreden op het Achterhoek Gala 1991, een groot muziekfestival op nieuwjaarsdag, 's avonds in Zieuwent.

Han met Vangouw

Met de band? 'Nee, in je eentje. Alleen jouw drumsolo', zo hadden organisatoren Hammie van der Wal en de veel te jong overleden Appie Daalmeijer bedacht.
Oeps, daar overvielen ze me mee. Optreden met de band, altijd oke natuurlijk. Maar helemaal  alleen, dat was vreemd en spannend. Een kleine tien minuten een solo doen, klaar. Da's toch raar. 

Maar ik ging. Eerst oud en nieuw, waar ik, met het oog op het belangrijke optreden van de volgende avond, bewust wat kalm aan deed. En dan de nieuwjaarsavond naar het grote Sourcy Center in Zieuwent. Kees, Vangouw's vaste chauffeur en roadie, had zich ook deze avond opgeofferd om te rijden en dat was fijn. We bouwden samen de drumkit op, mijn oude, witte Pearl WLX. Twee bassdrums en veel cymbals toen nog. Net als mijn held.

We deden een soundcheck en al vroeg in de avond stond ik op het programma met mijn drumact. Ik kon niet goed de donkere zaal in kijken, maar naar verluidt liep die al aardig vol. Ik had dus niet echt een idee voor wie ik op dit vroege tijdstip zat te spelen, maar besloot vol overgave mee te beuken met Beethoven, Tchaikovsky en Last. Net als anders eigenlijk.
Hoewel, in het midden van de act dreigde het even mis te gaan. De geluidsman van dienst deze avond - dat was dus niet Peter, ook niet Vangouw's Martin - stopte de tape na Beethoven. Terwijl James Last er direct achteraan moest komen. Pas daarna moest die hem even op pauze zetten. Mijn roffel op de snare was dan het sein om de muziek weer te starten. Ik had 't hem nog zo duidelijk uitgelegd.

Gek dat je dertig jaar later nog steeds dat moment voelt: 'K&%$t, het gaat mis. Improviseren dan maar'. Gelukkig had de geluidsman zijn foutje snel in de gaten en na een seconde of tien hoorde ik alsnog de Toreadors uit mijn monitor knallen. Terugkijkend was het bijna net alsof het zo hoorde. Maar dat was niet zo.
Aan het eind van de solo gooide ik nog heel stoer mijn stokken de zaal in, hetgeen half mislukte doordat ze de trussen van de lichtinstallatie raakten. Daarna ging ik backstage bier drinken met alle andere muzikanten. Zoals dat hoort op een gala in de Achterhoek.

 Krantenknipsel over Achterhoek Gala (1991)

Na afloop ging ik op zoek naar Kees en mijn drumkit. Maar eenmaal buiten bij de bus verraste Kees me met de mededeling dat het hele spul al lang en breed ingepakt was. Terug in de wandelgangen van de Sourcy, ergens in de drukte bij de garderobe, liep ik vervolgens dat prachtig mooie meisje uit Baak tegen het lijf. We spraken hooguit twee zinnen met elkaar. Ze vond mijn optreden goed, zei ze. Ik was verrast, zei 'dankjewel'. Of iets in die trant. Dat was het zo'n beetje. Een half jaar later, 21 juni 1991, ontmoetten we elkaar voor de tweede keer, toen ook in De Bliksem in Brummen. Ietwat uitgebreider en gezelliger, zeg maar. Komende zomer hebben we een mooi jubileum te vieren. Ook die eerste ontmoeting en woorden horen bij die bijzondere avond in Zieuwent.

Maar mijn optreden is ook vereeuwigd op video. Inmiddels gedigitaliseerd vanaf een oude, korrelige VHS-band. Laatst heb ik het, na heel lang, weer eens teruggezien en toegevoegd aan mijn YouTube-kanaal. Schoorvoetend, dat wel. Een beetje dubbel gevoel. Best gaaf, een mooie herinnering, maar tegelijkertijd lichte gene om zoveel kitscherige show.

Maar ja, dat was toen. Ook een geweldige tijd, veel mooie avonturen. Hele goeie muziek gemaakt. Maar indruk maken, dat was ook wat we wilden. Met onze hardrock, bombast, stoere poses en lange haren. Bij één meisje was dat kennelijk goed gelukt. Dat alleen al maakte het Achterhoek Gala de moeite waard.

Verder resten de beelden, van wat afgelopen nieuwjaarsdag precies dertig jaar geleden was. Mijn eigen imitatie van Cozy Powell, die in 1998 helaas is verongelukt en nu net 73 zou zijn geworden. Eén van mijn allereerste en dus allergrootste helden, de man van de snoeiharde klappen en de zo herkenbare sound.

Banjeren door de porseleinkast, dat is wat we deden. Dance With The Devil, zou je ook kunnen zeggen. Mijn 'guilty pleasure'. En tevens mijn ode aan drumlegend Cozy Powell.

 


Online columns Han Neijenhuis
Drummer en vaste Slagwerkkrant-auteur Han Neijenhuis speelde met o.a. The Veldman Brothers en bluesgitaarhelden als Tony Spinner en Leif de Leeuw, maar schrijft even zo makkelijk artikelen voor Soundz Magazine en dus onze eigen Slagwerkkrant (o.a. Hans Eijenaar, Wouter Prudon, Nicky Loman, Anouk Verdonk, Jonathan Joseph). Leuk op zijn Facebook-pagina zijn ook de column-achtige stukjes die hij regelmatig schrijft over zo’n beetje alles wat hem bezighoudt; in 2019 gebundeld in het boek Dan Kan je mooi je nieuwe trui aan. Check it out!