Interview met Rival Sons' Michael Miley
Vertrouwen op je instinct
Muzieknieuws 13-05-2019 17:05
Rival Sons uit long Beach (Californië) wordt door velen beschouwd en bejubeld als de hoop en de toekomst van rockmuziek. De band rond opvallend goedgebekte zanger Jay Buchanan en gruizige meestergitarist Scott Holiday speelt zware, melodieuze rock die zowel in de smaak blijkt te vallen bij metalheads als bij old school liefhebbers van classic rock. Onlangs deed Rival Sons AFAS Live in Amsterdam aan. We spraken drummer Michael Miley in Londen waar de band begin februari The Roundhouse aandeed tijdens de tour rond hun zesde album Feral Roots. Een gesprek over volwassen worden op het podium, je voelen als een gekooid dier en vertrouwen op je eerste instinct.

door David West
vertaald en bewerkt door Bouke Bijlsma

Michael Miley begon ooit als jazzdrummer. Hij liep zelfs een gehoorbeschadiging op toen hij bij een optreden in al zijn bewondering te dicht bij Tony Williams ging (en bleef) zitten. Daarna ging hij op de California State University in Long Beach waar hij studeerde, spelen in de steeldrumband en de sambaband van die school. Een gig die hem een onvergetelijk moment opleverde op het podium bij Carlos Santana:

‘We speelden in de Miami Orange Bowl (American football-stadion tot 2008; red.) en we openden voor Santana. Ik weet nog dat ik dat enorme stadion rondkeek en dacht: hier hoor ik thuis; dit is mijn ding. Op het eind van zijn show nodigde Carlos ons uit op het podium om percussie te spelen. Ik speelde de bongo-bell op Oye Como Va. Carlos zong, en ik stapte naar die microfoon en begon samen met hem te zingen. Zo groen en onbevangen was ik!’

Michael Miley met Rival Sons @De Melkweg, Amsterdam (28-2-2019)
foto Iris Teunissen

 

Hoewel hij tijdens solo’s  nog altijd graag een sambapatroontje mag toevoegen, is Miley’s spel bij Rival Sons duidelijk beïnvloed door de iconen van classic rock-drummen.

'Keith Moon voor de energie; Ringo Starr voor de songstructuur en smaakvolle partijen; John Bonham voor de bombast, de feel en de funk, de ghostnotes en de hihat-uitspattingen; en dan Mitch Mitchell voor de rolls en de paradiddles. Dat waren mijn mannen.’

 

Check hieronder de officiele video van Rival Sons - Too Bad

 

Rival Sons stond in het voorprogramma van bands als Judas Priest en Black Sabbath; toch zijn jullie bepaald geen metalband.

‘Wat wij doen, noem ik “Maximum R&B”, zo betitelde The Who zichzelf ook. Rock ’n’ roll is natuurlijk eigenlijk gewoon rhythm & blues. Het komt van Chubby Checker, Fats Domino, Little Richard, Chuck Berry; dat is de originele soulmuziek. Met de invloed van the British Invasion kreeg je Maximum R&B. We spelen hard, maar het doet geen pijn aan je oren.’

‘We hebben dertien maanden getourd met Black Sabbath; zij zijn de ultieme heavy metal-band. Dus ja, we worden soms wel aan verrassende acts gekoppeld, maar het werkt goed. En wie speelt er ook classic rock ’n’ roll zoals wij dat doen; Great van Fleet, bless them, zij zijn verder de enigen die uit dat vaatje tappen. Daar houd ik het maar even bij wat hen betreft.’

‘Microsoft heeft Apple nodig; Apple heeft Microsoft nodig. Voor goede business moet je goede concurrentie hebben. Wij hebben eigenlijk nauwelijks tijdgenoten in onze hoek; The Sheepdogs doen het goed in Canada, en daar heb je ook Monster Truck. Vintage Trouble heeft wel een goede aanhang, maar niemand zit écht in ons straatje. Het voelt soms alsof wij letterlijk de fakkel over hebben genomen van de grote namen; Deep Purple, Black Sabbath, Judas Priest, KISS, Lenny Kravitz, Guns N’ Roses, AC/DC; je kunt wel zeggen dat we echt deel zijn gaan uitmaken van die tijdlijn.’

 

Michael Miley: ‘Keith Moon voor de energie; Ringo Starr voor de songstructuur; John Bonham voor de bombast; Mitch Mitchell voor de rolls en de paradiddles. Dat waren mijn mannen.’
foto Will Ireland

 

Wat was je ultieme doel op het moment dat je afstudeerde met een muziekdiploma?

‘Mijn doel was om in een rockband te spelen, een platendeal te krijgen en de wereld rond te touren. Dat was het grote, maar mistige plan. Toen ik van school kwam, woonde ik in Long Beach, en de muziekscene daar was levendig en echt happening. Ik raakte verzeild in de band Shave; we speelde punk-funk met een typische Long Beach-sound. Bij elke gig hadden we een andere outfit, en die gasten hebben mij behoorlijk uit de tent gelokt als het gaat om performen; leerzaam! We zijn nog altijd goede vrienden. Daarna ontmoette ik Bird (Bernardo  Targett, red.), en we trokken naar Hollywood, waar we tekenden bij Immergent Records onder de bandnaam Bird3. Dus ruim een jaar na mijn afstuderen had ik een platencontract; mijn droom was uitgekomen.’

‘Toen we Rival Sons oprichtten, dat was in 2009, had Jay ook al een deal; Scott zat bij Atlantic en ik had dat contract met Bird3. Het was dus net alsof we een soort kleine superband voor de Long Beach-area haden gevormd. Ergens klopt dat ook wel, want Jay is een uitzonderlijke zanger. Iedereen die Rival Sons wel eens heeft gehoord, weet dat hij een van de beste rockstemmen van dit moment op de wereld heeft. Scott is de tone-master, de fuzz-lord. In die tijd hadden we een echte jazzgast op de bas – ik noem zijn naam opzettelijk niet – en onze eerste gig was voor 100 man in Orange County. We speelden in The Roxy en die was helemaal uitverkocht. Een maand later verkochten we twee avonden uit in de House Of Blues, en zo begon er een aardige buzz te ontstaan.’

 

Miley's Gretsch USA Custom drums met Paiste 2002 bekkens, Aquarian vellen, DW 9000 Series hardware en Wincent MMS Signature stokken
foto Will Ireland

 

Jullie schrijven je songs in de studio; dat is vandaag de dag niet meer echt gebruikelijk

‘Maf, hè? Meestal is je eerste instinct het beste. Al voordat we aan ons eerste album begonnen, zei producer Dave Cobb: “Waar jullie ook mee bezig zijn; laat het zitten. Breng gewoon een paar riffs mee, maar geen vorm of structuur; we zetten alles wel in elkaar in de studio.” Ik dacht; wow, zo heb ik het nog nooit eerder gedaan. Maar al snel besef je dat een rocksong meestal niet meer is dan vier maten voor het couplet, en dat dan twee keer spelen; de pre-chorus is twee maten; dan acht maten refrein, met soms een uitbreiding van een maat of drie. Je hoeft niet steeds het wiel opnieuw uit te vinden; gewoon te gekke riffs opnemen en er een geheel van maken.’

‘Alle grote rockbands werkten zo. Als je luistert naar de vroege AC/DC; denk je dat die ergens over nadachten? Zelfs bands als Zeppelin, Hendrix, Small Faces en Cream; als je luistert naar de opnamen; niets is pretentieus of heel erg overdacht; niet dat ze dertien maanden bezig waren met een snaredrumsound, of zo. Soms klinkt het alsof ze gewoon even 1 microfoon hebben neergezet. ‘Ja, die klinkt wel goed!’ Dat is ook onze ethiek; je eerste instinct, vanuit de onderbuik… Soms hoor je foutjes; dat maakt het lekker in your face. Soms heb je er de pest in: “ik weet niet wat ik moet spelen.” Maar ondertussen neemt Dave Cobb alles op: “Staat erop jongens, kom even luisteren. Hier kan ik wel wat mee.” En dan pakt hij acht maten hier en acht maten daar, en nog eens acht maten ergens anders; en het grappige is: we spelen alles meerdere malen in zonder click. Je hoort dus volop tempowisselingen. Dat komt soms door al het editen, maar vooral omdat ik gewoon niet met een metronoom kan spelen, haha.’

 

Michael Miley's Gretsch USA Custom drums 
foto Will Ireland

 

Moet je dan, als het album klaar is en je het podium op gaat met dat materiaal, gaan leren wat je in de studio allemaal hebt gedaan?

‘We hebben vaak genoeg getourd zonder te oefenen voor een specifiek album. We richten ons volledig op de totale gig; op het podium leer je echt snel. Op dit moment doen we onze zesde show rond dit album, en we zijn nog steeds dingen aan het aanpassen. Elke soundcheck is nu nog als een repetitie, maar zodra we alles onder de knie hebben zullen we ook weer shows helemaal zonder soundcheck gaan doen; opzettelijk, omdat je dan lekker fris en rauw op het podium stapt. Ons motto is: be loud, be proud and loose! Als Scott bijvoorbeeld zegt: “Ik liep een beetje voor jou uit daar.” Dan zeg ik: dat is precies wat het lekker maakt, gast! Als Page een beetje voor Bonham zat, dan gaf dat een lekkere spanning, en dan hoorde je ze trekken en duwen.’

 

Dave Cobb is vooral bekend als producer van Americana- en country-artiesten. Wat maakt hem de juiste man voor Rival Sons?

‘Hij begrijpt onze sound; hij is ons geheime vijfde bandlid. Als je me de analogie vergeeft: hij is onze George Martin. Zijn motto: if it ain’t broke, don’t fix it. Het feit dat Jay zo gek is met hem, zegt eigenlijk alles, want Jay is echt heel kieskeurig over met wie hij wil werken. Dave is zelf ook een geweldige gitarist, net als Scott, echt twee toon-nerds. Dan gaan ze uren zitten praten over pedaaltjes. Ze weten precies de versterker, het pedaaltje, het signal path dat Jimmy Page gebruikte voor de solo in Heartbreaker. Zo specifiek zijn die gasten.’

‘Ook belangrijk: elke sessie die ik deed voor ik bij Rival Sons kwam, werd ik ingeperkt. Ik voelde me als een gekooid dier. “Te veel  fills, Miley. Kunnen we die overgang niet doen zonder fill? Gewoon twee en vier; rechttoe rechtaan.” Ik heb dat nooit gekund. Ik heb elf jaar in Hollywood gewoond, en ben daar nooit een first call sessiedrummer geworden. Een keer werd ik gebeld voor een schrijfsessie voor Maroon 5. Dat was voordat Matt Flynn erbij kwam. Hun eerste drummer had zo’n last van tendinitis dat hij letterlijk geen stok meer vast kon houden. Dus belde hun gitarist James Valentine mij voor die schrijfsessie, maar ik had een andere gig die dag. Ik probeerde nog of het een andere dag kon, maar de studio was al geboekt. Tja. Ik dacht: dit zal wel nooit mijn ding worden. Misschien maar goed ook, want bij Marion 5 is het natuurlijk ook gewoon rechttoe rechtaan spelen, en niet een beetje als Keith Moon uit je dak gaan. Ik ben toch meer Keith Moon dan rechttoe rechtaan.’

 

foto Iris Teunissen

 

En Rival Sons geeft je alle ruimte!

‘Ja, en dat komt ook weer voor een groot deel door Dave Cobb. Bij het album Pressure & Time, toen we het nummer Before The Fire opnamen, zei hij: “Die twee refreinen op het eind, doe een fill in elke maat, ga helemaal uit je dak, doe je ding, man!” Cobb geeft mij die vrijheid, en hij is echt heel erg songgericht. Hij heeft een waanzinnig gevoel voor melodie en tekst. Jay schrijft zo’n beetje 97% van alle teksten, maar Cobb zegt gewoon: “Dat woord is waardeloos daar.” En dat is precies waarom Jay zo gek op hem is. Hij zegt gewoon alles; ook als het pijnlijk is. Dan zegt ie tegen mij: “Man, dat is echt waardeloos. Wat zou Keith Moon daar spelen? Speel dat dan!”En dan loopt ie gewoon weg. Te gek.’