Percossa - groot interview
Slagwerk met persoonlijkheid
Slagwerkkrant Plus 23-06-2006 04:09
De Japanse odaiko, een hele rits Afrikaanse djembés of ‘gewoon’ drums… En dat allemaal in combinatie met een flink portie theater. Percossa laat zien dat je niet altijd alles van ver hoeft te halen. Er is in Nederland talent genoeg. Met Eric Robillard als vervanger van Frank Wardenier is deze vierkoppige Nederlandse slagwerkgroep weer compleet.Ook al heeft Percossa een hele omschakeling te verduren, tijd om stil te staan is er niet. Nog maar een paar maanden geleden waren de slagwerkers voor een kleine tour in de Verenigde Arabische Emiraten, waar ze hebben opgetreden voor de koning. Het oosterse Abu Dhabi heeft het viertal inmiddels alweer ingeruild voor Den Haag. En na een uitstapje naar minimal music à la Reich op het Ostinato Festival in Veldhoven, zijn ze nu aan het werk voor de nieuwe show. In oktober gaat de groep namelijk weer het theater in. Janwillem van der Poll van de oude garde Percossianen en nieuwe aanwinst Eric Robillard hebben er vertrouwen in dat weer een puur stuk slagwerk zal worden neergezet, geheel in Percossa-stijl. ‘Bij Percossa red je het niet zonder persoonlijkheid.’



Soepel

Van der Poll: ‘Er heerst een ongeschreven uitvoeringspraktijk; je kunt de noten van onze stukken wel lezen, maar er komt veel meer bij kijken. Je moet je ook in het theater kunnen redden. En Eric past prima in de typische Percossa-cultuur. Frank had al van tevoren aangekondigd dat hij weg zou gaan, dus we waren al een tijdje op zoek naar een vervanger. De andere leden van Percossa (René Spierings en Niels van Hoorn; red.) hebben Eric zien spelen en hij maakt wel een relaxte on top of things-indruk. Daarom is hij gevraagd.’



Eric, was het als nieuwe speler moeilijk om in een lopende show als Pulse te moeten beginnen?



Robillard: ‘Ze gunnen mij de tijd om ingespeeld te raken. Het is zo’n goed geoliede machine en het spel verloopt zo soepel. Het kost tijd om mee te kunnen doen. Ik merk dat het werk wat ze de afgelopen twaalf jaar hebben verricht vruchten begint af te werpen. We hebben veel opdrachten en je wordt geacht een creatieve inbreng te hebben. En dat terwijl ik maar weinig ervaring heb met componeren. Maar het bevalt zeker! Het is ontzettend afwisselend en je moet echt iets persoonlijks inbrengen. Heel wat meer dus dan gewoon je partijen spelen.’



Van der Poll: ‘Dat is zo. Het is niet alleen muziek maken; dat is erg anoniem. Het was gelukkig niet moeilijk om met Eric te spelen. We waren er wel bang voor. We hebben zo intensief samengewerkt met Frank. Je moet iemand zien te vinden die net zo gek is van de groep, maar de voorgeschiedenis niet kent. Gelukkig heeft geen van ons een gebruiksaanwijzing nodig. Zelfs tijdens het spelen van Pulse viel het mee. Eric werkt hard. Er is natuurlijk ook wel wat aan Pulse veranderd. Frank heeft de gave om te improviseren, en dat hebben wij alle vier niet. Daarom is het duet van Frank en René op marimba en vibrafoon geschrapt en moesten we wat anders Percossiaans verzinnen. Er moet een context zijn, er moet theater bij… Eric werd meteen in het diepe gegooid. Gelukkig was het een aangename verrassing. Ik had niet verwacht dat het zo soepel zou verlopen.’



Theater en muziek

Theater en dramatiek spelen een belangrijke rol in de stukken. Hoe komt dit tot uiting in de speeltechniek?



Van der Poll: Het theatrale aspect komt voort uit de vroege geschiedenis van Percossa. We wilden uiteraard spelen en daarom gingen we de straat op in Zuid-Frankrijk. Zo probeerden we onze reis weer terug te verdienen. We waren niet de enige straatmuzikanten en daarom moesten we ervoor zorgen dat de mensen stil bleven staan om naar ons te kijken. Theater in combinatie met slagwerk was hier een goed middel voor.’



Zijn jullie echte theaterbeesten of blijven jullie muzikanten?



Van der Poll: ‘Bij mij is dat wel fiftyfifty verdeeld.’

Robillard: ‘Het gaat gelijk op. Natuurlijk kun je dat niet de hele voorstelling gelijkwaardig houden, maar het blijft een theaterproductie. En bij totaaltheater hoort muziek, humor en iets leuks om naar te kijken.’



Van der Poll: ‘We combineren van alles, maar schrijven altijd vanuit het totaalbeeld. Japans slagwerk is bijvoorbeeld heel erg gecontroleerd en de spelers zijn in zichzelf gekeerd. Daar zie je de emotie niet vanaf spatten. In Afrikaanse muziek daarentegen staat communicatie en je open stellen juist centraal. Wij zorgen voor een combinatie en zoeken zo de balans tussen muziek en theater.’



Japanse solo

Percossa als entertainment?



Van der Poll: ‘We willen scoren! O, dat klinkt niet zoals ik het bedoel... We willen mensen bewegen, vermaken en ontroeren. We maken het vóór het publiek. We zijn dus wel entertainers.’

Robillard: ‘Maar we doen het op zo’n manier dat het niet ten koste gaat van het artistieke karakter. We blijven mooie muziekstukken componeren.’



Componeren jullie de stukken samen?



Robillard: ‘We zijn nu vooral bezig met componeren voor de nieuwe show en dat doen we samen. Iemand komt met een idee, en dan gaan we dat samen uitwerken. Vanuit een idee komt vanzelf meer opborrelen. Ik had zelf weinig ervaring met componeren. Het is daarom erg leuk om te zien hoe een stuk zich ontwikkelt.’



Aan welk slaginstrument geef je persoonlijk de voorkeur?



Van der Poll: ‘Japans slagwerk vind ik heel mooi en dat is ook mijn sterkste punt. Gek genoeg staat dat altijd in verbinding met elkaar. Als je ergens goed in bent, heb je er plezier in en ga je het vaker doen, waardoor je er nóg beter in wordt.’



Robillard: ‘Hmm.. Ik kan eigenlijk niet zo veel, haha. Ik vind alles leuk, vooral toetsinstrumenten. Op het conservatorium speelde ik piano. Nu speel ik veel marimba. Ik heb zelf geen sterke persoonlijke voorkeur. Ik hou van percussie, vooral de ‘kleine’ dingen vind ik erg leuk om te bespelen.’



Van der Poll: ‘De andere leden hebben ook allemaal een eigen kwaliteit. Zo is Niels helemaal in zijn element als hij drums speelt en René richt zich veel op Afrikaanse percussie. Maar we bespelen niet altijd onze favoriete instrumenten. Dat kan ook niet, we gaan heel voorzichtig om met stijlbreuken. Je kunt moeilijk Afrikaans, Japans en toetsinstrumenten in één stuk verwerken. De visuele herhaling, die zo typisch is in Japans slagwerk heeft bijvoorbeeld meer impact als we met z’n vieren spelen. Een stijlbreuk is wel mogelijk, maar ik vind het erg moeilijk. Het instrument lijkt dan minder goed uit de verf te komen.’



Robillard: ‘Vaak past zoveel verschillend slagwerk niet bij elkaar qua klank. De solo’s worden altijd wel goed verdeeld. Als er een Japanse solo is, laten we Janwillem dat vaak doen. Hij is daar het meest bedreven in en die kwaliteiten moet je benutten.’



Slagwerktaal

Invloeden uit Afrika, Japan en minimal music... Zijn er ook Nederlandse roots in jullie stijl verweven?



Robillard: ‘Dat moet Hollandse nuchterheid zijn!’



Van der Poll: ‘En humor, vooral zelfspot. Ook maken we dingen niet mooier of groter dan ze zijn. En… tja, dat is best lastig om te omschrijven. Volgens mij bestaan er geen typisch Hollandse roots. We spreken net als Stomp! en Kodo een universele slagwerktaal.’



Robillard: ‘We combineren veel manieren van slagwerk omdat we in Nederland geen traditionele achtergrond hebben. Wij hebben niet zoals Afrika en Japan een eeuwenoude slagwerktraditie.’



Van der Poll: ‘Ja, ik denk dat niemand het slagwerk kan claimen.’



Robillard: ‘Nou… Afrika zou wel een goede kans maken. Het westen heeft slagwerk niet opgepakt; wij zijn de klassieke kant opgegaan.’

Van der Poll: ‘Slagwerk is het tweede oerinstrument. Op de eerste plaats staat natuurlijk je stem, de zang, maar daarna komt zeker de trommel. We combineren slagwerk uit allerlei landen. Bij ons is het gezegde ‘Wat je van ver haalt is lekker’ van toepassing en tegelijkertijd hebben we daar ook weer last van. Dan krijgen we van theaters te horen dat ze al groep uit bijvoorbeeld Spanje in het programma hebben staan, en dat er dus geen ruimte meer is voor een Hollandse slagwerkgroep. Het land van herkomst zegt weinig over de kwaliteiten, maar vaak wordt een act daar wel om geboekt. Dat terwijl ze ons gewoon live kunnen beoordelen. Met drummers van ver moet je nog maar afwachten hoe ze presteren. De theaterprogrammeurs moeten zich meer bewust worden van de kwaliteit die er in Nederland is op slagwerkgebied.’



Robillard: ‘Het is vaak een imago dat een belangrijke rol speelt.’

Van der Poll: ‘Dat klopt! Soms komen mensen een beetje onzeker naar je toe en gaan Engels met je praten. Als ik dan zeg dat Nederlands ook prima is, staan ze raar te kijken. Het is een beetje teleurstellend als je ‘gewoon Nederlands’ blijkt te zijn.’



Kick

Jullie zijn net terug uit Abu Dhabi, de Verenigde Arabische Emiraten. Hoe was het daar?



Van der Poll: ‘Het is toch te gek voor woorden om als groep ingevlogen te worden voor een optreden! We zaten ook nog in een fantastisch hotel. Het is echt een kick en het streelt je ego. We zijn er eerder geweest, maar nu hadden we meer tijd om te genieten van de omgeving. De eerste keer, in Dubai, was het heel plotseling en moesten we heel snel inpakken en afreizen. Abu Dhabi is de enige plaats waar ze ook nog eens alle instrumenten voor ons hadden aangeschaft.’



Robillard: ‘Ja, ze kijken niet op een eurootje. Als de sjeik maar blij is… Hij glimlachte trouwens toen wij speelden. Er is ons verteld dat dit een heel groot compliment is.’



Percossa werkt veel samen met andere artiesten, zoals met Cesar Zuiderwijk en Galili Dance. Welke groep of artiest staat nog op het verlanglijstje?



Robillard: ‘We doen op het moment eigenlijk al veel leuke dingen. In oktober beginnen we met een nieuwe theatervoorstelling en we gaan weer samenwerken met choreograaf Itzik Galili.’



Van der Poll: ‘Er is begin juni net een nieuwe cd uitgekomen met balletmuziek die we voor Itzik Galili hebben geschreven (Ballet Music For Galili, Volume 1; red.), maar er staat zeker nog wat op het verlanglijstje! Het zou leuk zijn als Percossa met het Nederlands Dans Theater kan samenwerken. Ik zou graag iets willen componeren voor choreograaf Jiri Kilián. Ik heb dat ooit gedaan met Circle Percussion. Nog een keer zou geweldig zijn.’



De mannen van Percossa

René Spierings speelt vanaf 1989 bij Percossa. Vanaf het begin heeft hij zich sterk gemaakt voor het theatrale aspect van de slagwerkgroep. De muziek die Spierings schrijft, is meestal etnisch getint, omdat hij tijdens zijn reizen door bijvoorbeeld Afrika erg onder de indruk raakte van de theatrale manier van musiceren en het grote speelplezier dat deze muziek geeft.



Niels van Hoorn speelt sinds 1994 bij Percossa. Hij is van oorsprong drummer en heeft veel interesse in verschillende etnische muziekstijlen. Een compositie van zijn hand is bijvoorbeeld Ever So Lonely uit de voorstelling Hitmen, met de groove als uitgangspunt. Ook maakt hij graag gebruik van moderne technische hulpmiddelen als samplers en sequencers als aanvulling op het gangbare slagwerkinstrumentarium.



Janwillem van der Poll is sinds 1993 lid van Percossa. Muziek die hij voor de groep schrijft, is vooral geïnspireerd op Japans slagwerk of minimal music. Ook Amerikaanse filmmuziek heeft invloed op zijn manier van componeren en spelen. Hij probeert altijd een dramatisch gegeven in zijn stuk te verwerken.



Eric Robillard is na zijn studie schoolmuziek in Groningen naar Den Haag gekomen om bij Wim Vos, Luuk Nagtegaal en Hans Zonderop klassiek slagwerk te gaan studeren. Via Wim Vos is hij in aanraking gekomen met Afrikaans slagwerk. Sinds januari 2005 speelt hij als vaste slagwerker bij Percossa.



De spullen van Percossa
  • odaiko; ‘In het nieuwe programma waarschijnlijk twee.’

  • twee Afrikaanse metaiko’s; ‘De kenners zullen zich waarschijnlijk afvragen wat dat is haha. Ze zijn speciaal voor ons gemaakt. Het lijkt op Afrikaans slagwerk en in plaats van het hout van een taiko hebben we metaal gebruikt. Zo krijgen we een heel diepe klank.’

  • vijf rijdende drumstellen (waaronder één van Cesar Zuiderwijk)

  • vier chichibu-daiko’s

  • amadinda

  • xylofoon

  • marimba

  • vibrafoon

  • klokkenspel

  • twee MalletKATS (electronische mallets)

  • Roland SPD-20 multi-pad

  • Roland TD-20 drummodule

  • olievaten, industriële klankontwerpen

  • een hele rits djembés en andere Afrikaanse percussie



De projecten van Percossa

  • Percossa’s nieuwe theatershow gaat in oktober 2006 in première.

  • Nieuwe dansvoorstelling in samenwerking met choreograaf Itzik Galili en zijn moderne dansgroep uit Groningen. Voorstellingen vanaf januari 2007 door heel Nederland; première in het Lucent danstheater in Den Haag

  • Organiseren en uitvoeren van een schoolproject in opdracht van het Concertgebouw Amsterdam; voorjaar 2007

  • A Linha Curva; met de Braziliaanse dansgroep Bale Da Cidade De Sao Paulo op tour door Duitsland en Zwitserland; maart en april 2007
drummer links