Een ritje met Dave Lombardo
Blog 06-10-2014 00:00

Dave´┐ŻMvS

Dave Lombardo stapt uit de auto. Hij snuift de lucht op, een mix van boerenland en uitlaatgas. 'Isn't that great?', zegt hij. 'So many great memories.' Even later, terwijl we in het AC Restaurant staan te wachten tot we mogen bestellen, vertelt hij over de studiotijd met Grip Inc. in de buurt van Dortmund, en over de eerste Europese tours met Slayer. 'De weilanden ruiken hier echt anders dan in de States.'

 

Een uur of vier eerder, backstage bij het Drumworld Festival. Dave Lombardo staat zijn Ludwig Classic Maple voor deze dag uit te pakken. Negen trommels kersvers uit de doos. Hij zet de vellen erop en stemt de toms, uiterst rustig. Schuin achter het podium is het geluid van de PA nog flink hard, dus hij buigt zijn hoofd om de toon beter te kunnen vangen. 'I'm making love to my drumkit,' zegt hij. Enthousiast is hij over zijn trommels, maar niet over de hardware. Met name met de hihatstandaard heeft hij ruzie. 

Even later vraag ik hem voor de videocamera van Slagwerkkrant naar zijn favoriete rudiments. Hij speelt wel wat, singles en doubles met zijn handen, singles met de voeten, maar ik merk dat hij niet zo goed weet wat hij erover moet zeggen. Hij gaat meestal zo het podium op, zonder noemenswaardige voorbereiding, en schept er een pervers soort genoegen in om zich door het protest van zijn spieren heen te spelen. 

Rammelen
Na zijn optreden, het laatste van de dag, volgt een signeersessie. Terwijl er nog wat Drumworld Festivalbezoekers met hem op de foto gaan, zegt Dave dat hij wel een patatje zou lusten. Hij werd op de valreep nog voor de microfoon van een Duitse blogger getrokken, 'over mijn vertrek bij Slayer en al die andere dingen waar het internet al vol mee staat.' Hij wil nu wel weg. Ik loop naar snackkraam De Smulpijp, als vanouds de cateraar tijdens het Drumworld Festival. Helaas meneer, het vet staat al af te koelen. 'Okay', zegt Dave. 'Let's go. Als we even ergens kunnen stoppen om iets te eten zou dat fijn zijn.'

Lijkt me geen probleem. Ik rijd hem naar zijn hotel bij Schiphol, is de afspraak. Morgen, maandagochtend vroeg, zal hij naar huis vliegen, naar Los Angeles. Voor files sta ik niet in, het is per slot van rekening zondagavond in Nederland. Ik hoop vooral dat mijn Daewoo Tacuma from hell de reusachtige afstand Ittervoort-Schiphol zonder haperingen zal weten af te leggen.

Dave reist met een tas en een trolley. Zijn twee Iron Cobra pedalen passen daar niet in, dus die rammelen los mee in de achterbak. En zo draaien we bij Ittervoort de snelweg op, nadat ik hem vriendelijk heb verzocht toch even de gordel om te doen. Als Dave Lombardo, de belichaming van het thrashmetaldrummen, met zijn hoofd door een voorruit wil vliegen, dan liever niet in mijn auto.

Fietsen
'Excellent.' Dave knikt als er een flinke schep champignonsaus over zijn AC-schnitzel wordt gegoten. En hoe zat het ook weer met Spa groen en Spa rood? Dat ene biertje na de clinic was wel even genoeg, zoveel is duidelijk. We zitten naast elkaar, kijken uit over de A2 en kletsen wat over de dag. 'Ik kan niet wat zij kunnen', zegt hij, tussen happen schnitzel en frites door. Hij bewondert de techniek van Chris Coleman en Queen Cora Dunham die voor hem optraden, maar hij is nu eenmaal niet geschoold. ‘Mijn leven als drummer heeft er totaal anders uitgezien dan dat van hun,’ zegt de man die 32 jaar geleden voor het eerst repeteerde met Slayer en die sindsdien generaties metaldrummers heeft laten horen en zien wat intensiteit is. 'Ik ben een banddrummer, punt uit. Dit clinicding is nieuw voor me. Leuk voor de afwisseling.'

Als er een stel met kleuterdochter langsloopt zegt Dave: 'Hé, ze lijkt op mijn dochter toen die zo oud was.' En hij vertelt hoe hij met zijn gezin destijds fietsen huurde bij het station in Eindhoven en hoe ze gevijven de stad verkenden. Dave's oudste zoon David is nu geluidstechnicus en een soort vierde bandlid van Philm, de band waarmee hij zich de laatste twee jaar het meest mee bezig heeft gehouden. Zijn tweede zoon Jeremy debuteerde niet lang geleden met rockband To Humans. Maar zijn tienerdochter, zijn jongste kind, is meer van de kunst dan van de muziek. Ze houdt van tekenen en schilderen. Hij ziet haar niet zo vaak sinds de scheiding, maar ze zijn erg close.

Dissonant
Op de rondweg Eindhoven staat de file. We kijken tegen het vuur van de avondzon in. Dave is relaxed. Hij checkt zijn iPhone, stuurt wat berichten. Hij laat de gebarsten achterkant zien. 'Geen idee hoe dat is gebeurd.' We praten over eten. Of ik de Febo ken - dus ik vertel over Ferdinand Bol en over de smaakvarianten van Dave’s favoriete snack, de kroket. Hij zet daar de Cubaanse croquetas de jamón tegenover die zijn moeder zo goed maakte. Ik pareer met de Siciliaanse arancini en de Groningse eierbal. De tijd vliegt, kortom. En we praten over muziek.

Dave denkt dat ook Fantômas wel weer met nieuw werk gaat komen, maar Mike Patton laat Faith No More voorlopig voor gaan. Het is dus vol gas met Philm nu. Hun tweede album is net verschenen, Fire From The Evening Sun. Begin september speelden ze releaseshows in Londen, Wenen, München en Zürich - vandaar dat Dave makkelijk naar Ittervoort kon komen. Van platenlabel UDR ontving ik een promo-cd, die ik op weg naar Drumworld beluisterde. Een eerdere poging mislukte omdat ik er tijdens het werk niet de concentratie voor op kon brengen. Het geluid van Philm vereist namelijk enige gewenning. Het is geen Slayer-achtige band, bijna geen metal, eigenlijk. Daarvoor is het gitaarwerk van Gerry Nestler te vrij, te dissonant. Ik hoor doom, ik hoor psychedelische lijnen, maar het geheel heeft een punky randje. En Dave’s drumwerk is lekker all over the place. Hoe Nestler zingt, daar moet ik aan wennen, maar verder vind ik Fire From The Evening Sun een vette plaat. Meer gestructureerd dan debuut Harmonic uit 2012, en qua sfeer ergens halverwege tussen Slayer en het eerste werk van Lombardo met Fantômas en John Zorn in.

Geen woord
'Hey! Culemborg!,' roept Dave opeens. 'Daar ken ik een tattoo artist. Nice little town.' Ons gesprek verschuift weer, van koffie en koffiezetapparaten naar de huizenprijzen in de Randstad en North Hollywood. Slayer komt pas ter sprake ter hoogte van Ouderkerk aan de Amstel, als we de A9 zijn opgedraaid voor de laatste kilometers naar Schiphol. Ik vraag of hij on speaking terms is met de rest van zijn vroegere band. Hij zwijgt even. 'Not really. No.' Ik vraag ook naar Paul Bostaph, die Dave's partijen voor Slayers nieuwe album nu opnieuw heeft ingespeeld. 'Off the record' wil hij daar wel wat over zeggen. Laat ik het samenvatten met: hij vindt het allemaal maar niks.

Daarna haalt hij zijn schouders op. 'Het spijt me niet hoe het is gelopen. Ik heb geen spijt van wat dan ook. Van niets in mijn leven. Ik heb gezegd wat ik wilde zeggen. Ik voel me bevrijd. Ik geniet van wat ik doe.' En tot we voor de slagboom bij het Radisson Blu Hotel staan vertelt hij over zijn clinictour door Brazilië. Over de hectische ontvangst in volgepakte muziekwinkels, over die huilende volwassen man met zijn twintig jaar bewaarde Slayer-vlag die voor hem op de knieën viel en geen woord meer uit kon brengen, over de kids die hem vertelden dat metal letterlijk een ontsnapping betekent uit hun harde bestaan. 'Als je zulke verhalen hoort dan wil je wel spelen, hoor.'

Ik loop met Dave het hotel binnen om zeker te zijn dat de reservering klopt. Tussen parkeerdek en receptie kletteren de Iron Cobras tweemaal van zijn trolley af. Een kwartiertje wachten voor we aan de beurt zijn, tussen de mantelpakjes en het driedelig grijs. Het is inmiddels 10 uur. Dave's wekker staat om 5 uur. 'Ik zal blij zijn ik thuis ben', zegt hij. 'Even een paar dagen met mijn vriendin, geen afspraken, niks.' En dan? Repeteren met Philm. 'We gaan naar Colombia. Must be exciting!' We zeggen elkaar gedag. 'Thanks... I'm sorry man, I forgot your name.'

Dag Dave. Wel thuis.

Spotify-link:
Dave Lombardo met Philm