Verslag ritmesectieclinic Triggerfinger's Mario Goossens en Paul van Bruystegem
Clinic bas & drums op Muzikantendag on Tour in Apeldoorn slaat aan
Slagwerkkrant Plus 11-05-2015 07:59
Op zaterdag 9 mei organiseerden Slagwerkkrant en De Bassist, in samenwerking met Gitarist en Musicmaker, een clinic met de ritmesectie van Triggerfinger, Mario Goossens en Paul van Bruystegem, tijdens de Muzikantendag on Tour in de Gigant in Apeldoorn. Het werd een memorabele clinic waarin de ├╝bersymphatieke heren uitleg gaven over de groove- en sound-aanpak van hun songs. Een uitgebreid verslag door Chris Dekker. Foto's Sharon Duursma.

Triggerfinger is hoogstwaarschijnlijk de meest succesvolle Vlaamse rockband ooit en dat is het niet geworden door half werk af te leveren. Dat is ook nu weer duidelijk. Op het podium van popzaal de Gigant in Apeldoorn staat Mario's volledige kit, geflankeerd door een dikke bastoren en drie basgitaren van Van Bruystegem. Voor de bezoekers aan de Muzikantendag is er geen tijd om met een kopje koffie rustig bij te komen van de reis. De immer stijlvol geklede Goossens pakt zijn stokken, Monsieur Paul hangt een Fenderbas om, draait zijn volumeknop goed open en trapt zijn overdrivepedaal in. Een muur van grijzige bas vallen je trommelvliezen aan en de dikke toms van Mario laten je denken dat 'het boksgevecht van de eeuw' tussen Mayweather Jr. en Pacquiao nog in volle gang is, maar nu puur gericht op jouw maag en ingewanden. We zijn wakker!

Hoe groot kan een contrast zijn? Na de muzikale blitzkrieg van een minuut of drie, richten de twee heren zich tot het publiek. Dit alles zonder microfoons, zoetgevooisd en met dat aimabele Antwerpse accent, waardoor haast iedere klinker al een 'è' uitgesproken lijkt te worden. Kalm, bescheiden maar duidelijk trots vertelt het duo hoe nummers tot stand komen, hoe de muziek vaak net iets ingewikkelder in elkaar zit dan je denkt, de totaalsound van de band, de juiste mindset, het eeuwige dilemma van de clicktrack en bovenal: de sexy groove.

 

Groove
'Ruben Block, die oude man die ook wel eens met ons mee is, komt meestal met een idee,' grapt Paul. 'Hij neemt thuis een basis op in Garageband, met gitaar, stem en ook vaak al iets van een beat. Soms slaat hij ergens een ritme op of schudt hij met een doos spijkers. Dat is eigenlijk puur voor het ritme, maar het geeft al zo'n sfeer dat wij die als ritmesectie op onze manier proberen na te bootsen.'

Van Bruystegem vervolgt: 'Dan is het zoeken naar een partij die lekker is, die klinkt als Triggerfinger, maar die vooral ook in dienst staat van de song. We speelden net een vrij traditionele shuffle, maar anders dan anders.'

Goossens: 'Ik luisterde in die tijd naar Black Rebel Motorcycle Club en zij spelen veel drumpartijen vanuit de floortoms. Als ik het zou doen vanuit die benadering wordt het te druk, dus ik sla af en toe een slag over, waardoor er ruimte ontstaat. Dat lukte eerst niet, maar Paul vond het meteen te gek. Ik heb er dus heel lang op moeten oefenen.'

'Niet alles vol spelen geeft vanzelf een groove,' vult de enorme bassist aan. 'Ik hoor te vaak bands waarbij iedereen dezelfde beat op dezelfde tel speelt. Wij spelen allemaal iets anders, we vullen elkaar aan en daardoor klikt alles in elkaar. Het gaat grooven en het wordt dansbaar en sexy.'

'Ik hou trouwens ook enorm van discobeats,' merkt Mario op en hij laat het direct horen. Paul vult het aan met een baspartij met veel octaven. Maar het blijft Triggerfinger: Er zijn geen 'slap ons' en 'hammer offs', maar het is een ruige lijn, met distortion en plectrum. In ons hoofd horen we de felle Gretsch-gitaar van Block en diens korrelige stem. Een discobeat in een hardrocksong kan dus gewoon.

'Dat al die mooie vrouwen op de voorste rij staan, heeft niets te maken met de zanger maar met onze groove,' concludeert Paul. 'En de knappe ritmesectie.'

Sound
Een ander geheim van Triggerfinger is de goede sound, zowel live als op de plaat.

Paul: 'We zijn lang bezig geweest met het zoeken naar een goed geluid. We hebben er ontzettend vaak voor gerepeteerd, ook in een zaal met PA en technicus. Een floortom kan qua frequentie botsen met de bas, de bas kan botsen met de gitaar. Een technicus hoort dat direct. Het resultaat is dat we het werk voor een live-geluidsman makkelijker en leuker maken en ook met opnemen heeft het een groot voordeel. De engineer hoeft bij wijze van spreken alleen maar op 'REC' te drukken.'

Mario: 'Te veel sub geeft modder en niet de juiste modder. Als een nummer te zwaar en te log klinkt, lijkt het een nummer te vertragen. Mijn drumkit heeft helemaal niet zo'n diepe bassdrum en relatief kleine toms.'

Clicktracks
De heren hadden het zijdelings al even opgenoemd, maar het publiek wil meer weten over het eeuwige dilemma: Wel of geen clicktrack. 

Mario: 'Live gebruik ik een metronoom met een lichtsignaal. Daardoor weet ik op welk tempo ik ongeveer moet beginnen en daarna laten we het los. We versnellen, we vertragen, maar dat zorgt ervoor dat een nummer gaat leven. We waren ooit Born To Run van Springsteen aan het luisteren en we kwamen erachter dat het begin en eind bijna 30bpm met elkaar verschillen! Dat was me nooit opgevallen, maar het zorgt voor spanning. Excitement!'

'In de studio varieert het. Als er een click is dan alleen voor mij en in stukken zonder drums geef ik het tempo aan met de hi-hat. Dat kan je er in de studio uitknippen. We nemen ook nummers op zonder click of net als live alleen in het begin om goed te starten. We bekijken het van nummer tot nummer. Ik merk dat veel jonge muzikanten te veel bezig zijn met het juiste tempo en strak spelen, terwijl dat helemaal niet zo belangrijk is.'

Mindset
Paul: 'Wie ons live heeft gezien, heeft gemerkt dat we altijd dicht bij elkaar op het podium staan. We willen elkaar zien. Ruben is zanger, hij speelt gitaar, hij bedient effecten en dat soms vanaf een PA, sidefill of op zijn rug. Er kan veel misgaan en eigenlijk houden we van die foutjes, want dan zijn we op ons sterkst en het meest creatief.'

Mario: 'Ik heb in Groningen eens door mijn basdrumvel heen getrapt. Terwijl de band doorspeelde en ik het laag probeerde op te vangen met mijn floortoms, verving de technicus mijn vel. Niet alleen de band maar de hele crew zit bij ons op één lijn.'

Paul: 'We spelen al zo lang samen dat we elkaar perfect kunnen opvangen. Zoiets leer je niet, maar dat is een kwestie van elkaar aanvoelen en vooral veel spelen.'

Songwriting
Tot slot komt het duo nog even terug op het begin: het schrijven van songs.

'Ruben komt met veel basisideeën voor nummers en dan vaak heel bescheiden: “Misschien zou dit leuk kunnen zijn voor de band,” begint hij dan en wij schreeuwen meteen van enthousiasme. Nummers ontstaan soms ook tijdens een soundcheck,' Aldus Mario. 'Er zijn geen wetten en regels'.'

Paul: 'Soms duurt een nummer schrijven dus twintig minuten, maar het gebeurt ook dat we jaren aan een nummer werken en dat we hem alsnog weggooien. Op de laatste plaat staat een nummer waar we tien jaar geleden aan begonnen. Opeens is zo'n nummer af of klopt hij bij de rest van de songs. We hebben allemaal ons eigen instrument, ik bemoei me niet met de gitaarpartijen van Ruben, maar we bemoeien ons altijd met de muziek. Zo speel ik bij een nummer een baslijn wat eigenlijk de zanglijn had moeten zijn, die als gitaarlijn op de eerste demo stond, haha!'

Mario: 'We zijn dagen met elkaar op pad. Muzikaal zitten we op één lijn, maar we proberen elkaar te blijven voeden met nieuwe muziek, we laten elkaar steeds weer nieuwe dingen horen, we analyseren muziek en zoals je hebt gemerkt kun je echt alle invloeden in Triggerfinger horen: van disco tot Depeche Mode, maar wel met onze sound. Kortom: We staan open voor alles, we blijven leren en we blijven ontdekken. Dat is zeer belangrijk voor een band om door te blijven gaan met nieuwe invalshoeken.'

Mario besluit met een anekdote over creatief zijn met en door andermans ideeën: 'Ik zat ooit thuis op de hometrainer en er kwam een nummer van T-Rex voorbij. Ik besloot meteen dat ik een fill uit dat nummer zou jatten. Ik heb het uit geheugen in een nummer toegepast en toen ik later de T-Rex-song nog eens opzette bleek het er totaal niet op te lijken. Het heeft me echter wel geïnspireerd en dat is belangrijk.'

 
Op 6 juni 2015 vindt de volgende Muzikantendag on Tour plaats. We organiseren daar wederom een ritmesectieclinic, dan met Hans Eijkenaar en Michel van Schie. Lees er hier meer over