Slagwerkkrant-medewerker Ifor Baynes is overleden
Eerbetoon door Kim Weemhoff
Muzieknieuws 26-04-2016 21:11
Ifor Baynes is al vele jaren medewerker van Slagwerkkrant, als recensent van percussie-instrumenten, concerten en festivals. Vandaag is hij overleden na een lang ziekbed. Al in 2013 had hij het heel zwaar, en dachten we dat zijn ziekte hem fataal zou worden. Drummer en Slagwerkkrant-medewerker Kim Weemhoff wijdde toen zijn column 'Opmerkelijke verhalen van de Feniks' aan hem, in de nov-dec editie van Slagwerkkrant (SWK 178). Vandaag bij zijn overlijden publiceren we zijn prachtige eerbetoon aan de bijzondere persoon Ifor Baynes opnieuw.

 

Ebony Ifory

"Ik ben al een jaar of twintig bevriend met Ifor Baynes, de goedlachse, immer vrolijke en duidelijk aanwezige woest ogende rasta in zijn zwarte rolstoel; percussionist en tevens percussietester en concertrecensent, en dus collega bij deze krant. De laatste maanden ging het fysiek bergafwaarts met Ifor, resulterend in ziekenhuisopname en zoals het zich tijdens het schrijven van dit stuk tot grote ontreddering van familie en vrienden laat aanzien, het laatste zware stuk van thuis afscheid nemen van iedereen en alles.

Ik wil bij dat ziek worden niet te lang stilstaan, omdat het niet in de geest is van Ifor om te klagen of te wenen. Hoe hij met zijn invaliditeit is omgegaan is van een kracht die de meeste ‘gezonde’ mensen nooit zullen kunnen opbrengen, maar ik wil hem wel eren in dit stukje, dus vergeeft u mij de eenmalige onderbreking van de Opmerkelijke verhalen van de Feniks.

Ik ontmoette Ifor ergens eind jaren negentig in het Tropenmuseum tijdens een concert waar Nippy Noya, Sandip Bhattacharya en een geweldige framedrumspeler (die niet lang daarna is overleden, en waarvan ik me de naam tot mijn grote schande niet meer kan herinneren) een prachtig triopercussie-avondje verzorgden – dit theater is ook alweer gesloten door ons fijne kabinet; wie muziek maakt en volgende keer VVD of PVDA stemt, kan beter een lobotomie overwegen…

De zaal was zo rolstoelvriendelijk als een roltrap met glasscherven, en dus hielp ik na een eerste kennismaking samen met twee anderen eerst de rolstoel en toen mr. Baynes de lange trap af. We stonden daarna (terwijl ik probeerde de kramp in mijn borst te negeren, en weer zuurstof in mijn longen te krijgen) nog gezellig te kletsen. Op een gegeven moment gaf hij mijn zijn kaartje en zei: ‘Laten we binnenkort afspreken en wat spelen... Op de voorkant staat mijn huisnummer en op de achterkant mijn mobiele nummer…’ Ik keek ’m strak aan en zei wijzend op zijn rolstoel ‘Hoezo, mobiel?...’ Even niks… en toen die karakteristieke lach, die de muren van het koloniale pand deed schudden... ‘Ze hadden me al voor je gewaarschuwd.’ Vanaf dat moment was ik binnen bij Aif en hij bij mij.

Ifor heeft een uitgelezen smaak voor allerhande muziek: world, jazz, rock (hij is de grootste Zeppelin-fan ooit). Zelf speelt hij allerlei percussie; conga’s, udu, framedrums, cajón et cetera, et cetera, en als je kijkt naar zijn lichaamsbouw is dat op z’n zachtst gezegd een opmerkelijke prestatie. Ook reed hij met speciaal aangepaste stationwagens het hele land door, en deed hij jazz-, pop- en theatervoorstellingen; allemaal zonder mopperen en met een tomeloze energie (zeker als je luistert naar het regelmatige gemekker van niet-invalide trommelaars, zoals ikzelf). Ook hoe hij de afgelopen tien jaar zijn zieke vriendin (Huntington; nog zo’n fijne uitvinding van onze Schepper) liefdevol verzorgde, is een toonbeeld van liefde en oerkracht.

Toen ik Ifor tegenkwam op het laatste North Sea Jazz Festival, merkte ik voor het eerst dat er iets was veranderd. Hij was benauwd, en naar later bleek heel erg ziek. Hij bleef zolang hij kon, maar niet de volle drie dagen, zoals hij altijd deed. Hij vertelde me de week erna dat hij weer intens genoten had. Geestdriftig als altijd was ie, maar de oerkracht leek gebroken. Kort daarop begonnen de zaken ernstiger en slechter te worden. Bij de onderzoeken in het ziekenhuis bleek dat Ifor’s hart uiterst rechts zit – ironisch voor iemand die meer dan wie ook zijn hart op de juiste plaats heeft zitten – en dit was een van de complicaties bij het drama dat hem overkwam. Een des te groter drama, omdat zijn geest, zijn spirit onverminderd vivant is. Ik heb ’m zelfs aan het eind van mijn laatste bezoek nog in lachen laten uitbarsten. Dat was nadat de huisarts – toevallig in mijn bijzijn – hem met monotone, plechtige stem een aantal uitvaartopties had voorgelegd, en ik  hem (toen de man net de kamer uit was) toefluisterde: this guy must be the worst comedian in the World.

Ik lees Ifor altijd als toetssteen mijn columns voor, en dat is in die zin zinloos omdat hij bij alles wat ik oplees ‘waanzinnig, Weemhoff’ zegt. Dat zal ik moeten ontberen zoals het er nu uitziet.

Dat, en al die humor, ongezouten meningen, warmte, hulp (hij heeft me rondgereden in de tijd dat ik een burn-out had, en daarna. Miss Daisy noemde hij me tijdens die ritten…), samen jammen, de morele support bij alle projecten die ik deed (vooral Boi Akih vond hij geweldig) en bovenal zijn grenzeloze kracht en positiviteit. Ifor, ik wens zo dat ik je het nog kan voorlezen als dit stukje verschijnt, Mi ta bai dal bo."

Naschrift in SWK 179, nov-dec 2013: Bij het ter perse gaan van deze Slagwerkkrant was er sprake van een serieuze verbetering in Ifor's toestand en ging het beter dan we ooit hadden durven hopen. Zou hij dan toch de Feniks in dit opmerkelijke verhaal zijn? Wij wensen hem alle sterkte de komende tijd!

Twee-en-een-half jaar nadien is Ifor dan toch overleden, 26 april 2016, op 64-jarige leeftijd. We denken met veel plezier en respect terug aan hem.

Dank Ifor, voor alles.